Coincidentia Oppositorum

Tegenpolen, hun ritmische afwisseling, en het overstijgen daarvan. Notities bij een oud concept.

Volgens Wikipedia is de term coincidentia oppositorum een neoplatoonse term afkomstig van de 15e eeuwse Duitse geleerde Nicholas van Cusa. Mircea Eliade, vooral bekend vanwege zijn werk in de vergelijkende godsdienstwetenschap, gebruikte de term veelvuldig. Voor de beroemde psycholoog Jung was het een leidend thema.

Het Latijnse coincidere heeft de betekenis dat dingen samen of gelijktijdig plaatsvinden. (In het Engels is de betekenis verschoven naar iets dat toevallig gebeurt. Dat is hier dus niet de betekenis.) Bij oppositorum denken we al snel aan oppositie of opponent, en dat geeft dus een tegengestelde aan. Een vertaling van coincidentia oppositorum zou dus kunnen zijn: het gelijktijdig tegengestelde.

Gebonden tegenstellingen: dag en nacht, kou en duisternis

Bestaat er warmte zonder kou? Er is iets dat zowel koud als warm kan zijn. Snel of langzaam, beide gaan over beweging. Dag of nacht, beide gaan over waar de zon zich ophoudt. Aftakeling kan niet bestaan zonder groei, dood niet zonder geboorte.

De vroege Griekse filosoof Anaximander hield zich daarmee bezig. Voor hem waren de tegenstellingen niet met elkaar in strijd, maar was er wel altijd verandering. Door tegenstellingen ontstaan nieuwe dingen. De tegenstellingen ontstonden uit een oneindig, tijdloos principe, de apeiron).

Heraclitus stelde daarop dat de wereld wel steeds in beweging is, maar in essentie ook hetzelfde blijft. Een Logos stuurt deze ritmische beweging. Hij is nu vooral bekend van de uitspraak panta rei, alles stroomt, als in een rivier die wel als rivier zichzelf blijft, maar toch stroomt het water steeds maar door. Heraclitus ontdekte dat de afwisseling van tegenstellingen ook voor verandering kan zorgen. Iets wat koud is en daarna warm wordt kan vocht laten verdampen, en als het ding weer koud is zal de damp misschien niet terugkeren — het is naar een andere plek gegaan.

De ritmische herhaling van tegenstellingen wordt soms afgebeeld als een cirkel, omdat je steeds weer bij het beginpunt uitkomt. Geboorte en dood wisselen elkaar af in een rad van wedergeboorte — dat is wat Hindoestanen geloven en ook wel anderen (waaronder Plato en Buddha). Een bekend symbool is de Oeroboros, de slang die zichzelf in de staart bijt. Een slang staat symbool voor vernieuwing omdat hij vervelt en er bestaan ook echt enkele slangen die aan hun eigen staart knabbelen.

Oeroboros
Oeroboros

Het symbool waarin de afwisseling van tegengestelden nog wel het meest treffend naar voren komt is de staf waarlangs twee slangen om elkaar heen kronkelen. Dit symbool komt oorspronkelijk uit het oude Babylonië en bij de Grieken kreeg Hermes, de boodschapper van de goden, een staf met twee van zulke slangen. Die staf heet ook wel de caduceus.

Ningishzida
Ningishzida uit Babylonië.

(De caduceus moet niet verward worden met de aesculaap, een staf met slechts één enkele slang die nu door geneeskundigen als symbool wordt gebruikt. Dit was de staf van Asclepius, een halfgod die de geneeskunde leerde van de centaur Cheiron. Hetzelfde symbool werd in de bijbel door Mozes gebruikt — ieder die een koperen slang zou zien, windend om een stok, zou van slangenbeten genezen worden.)

Misschien wel het duidelijkste symbool voor de cyclische afwisseling in de natuur komt uit China. Het yin-yang symbool bestond oorspronkelijk uit twee om elkaar heen cirkelende embryo’s. Het oog van het embryo is de punt in het midden van een bolling. Je zou ook kunnen zeggen dat, als yin het sterkst is, de essentie van yang alweer zichtbaar is. In het symbool zijn de cirkelvorm en sinusvorm zichtbaar.

Ying-Yang
Ying-Yang

Voorbeeld: zon en maan

De zon heeft altijd symbool gestaan voor kracht, warmte, licht en energie. Toch moet de zon elke avond weer sterven in het westen om een reis door de onderwereld te maken, zodat hij tenslotte in de ochtend weer opnieuw geboren kan worden in het oosten. Onze (voor)germaanse voorouders geloofden dat de zon op een karretje stond en voortgestrokken werd langs de hemel. Hieronder zie je een afbeelding uit Denemarken.

Zonnewagen
Prehistorische zonnewagen uit Denemarken

Uit hetzelfde Denemarken komt het zgn. meisje van Egtved. In die tijd was er nog een vruchtbaarheidsreligie. Waarschijnlijk was het een priesteresje die danste ter ere van de zon. Een reconstructie van haar zie je hieronder.

Egtved girl
Het meisje van Egtved – een reconstructie

De maan is de heerseres van de getijden. De ritmische herhaling laat zich goed vertalen naar een golfbeweging of sinusoïde. Ze schijnt als het nacht is, als we slapen en dromen; daarom wordt ze ook wel voorgesteld als de godin van ons dromenland. Uit haar zilveren schijnsel worden dromen geweven die soms overdag verwezenlijkt (gematerialiseerd) worden. Eerst is er het idee (droom), dan de actie en het tastbare resultaat, maar de nacht erop is er weer de rust en de droom. In de Kabbalah is dit de sephirah Yesod. Iemand die daarin blijft zitten leeft in illusie. De dromen van Yesod moeten gematerialiseerd worden (Malkuth), terwijl Yesod zelf een emanatie is van rede (Hod) en gevoel (Netzach) en een reflectie is van de schitterende zon (Tiphareth).

maangodin
De maan, voorgesteld als een godin

We hebben nu twee tegengestelden die elkaar afwisselen. Elk etmaal heb je met zowel de dag (zon) als de nacht (maan) te maken. Maar het is nog steeds een afwisseling. Pas in het totaal van onze ervaring worden beide tegenpolen een onderdeel van een samenhangend verhaal.

Afwisseling en gelijktijdigheid

Het meeste tot nu toe zou je kunnen zien als dingen die elkaar ritmisch afwisselen. Het lijkt daarmee een klein beetje op een dynamisch evenwicht. Maar de coincidentio bestaat eruit dat twee tegengestelden tegelijkertijd actief werkzaam zijn in bijvoorbeeld jezelf, een situatie of de cultuur.

In jezelf is er volgens Jung een anima en een animus, een vrouwelijk en mannelijk deel van jezelf. In de politiek is er vaak gelijktijdige activiteit van links en rechts binnen een enkel politiek systeem. En ander aardig voorbeeld is het stijgen en dalen van de wisselkoersen van twee munten ten opzichte van elkaar. Hun gezamenlijke activiteit blijft steeds een currency pair. Veel krachten, ook al is er afwisselend telkens één pool dominant, kennen altijd gelijktijdig hun tegenkracht.

Essentieel voor een coincidentia oppositorum is dat de dynamiek zodanig is dat beide tegenpolen steeds een rol blijven spelen, al is het mogelijk dat er ritmische afwisseling bestaat in de dominantie of welke pool het meest actief is.

Het ontsnappen of ontstijgen van de dualiteit

De dualiteit (coincidentia oppositorum) en het ritme waarmee de tegengestelden elkaar afwisselen, het gaat maar door, maar is er een begin? Een Eind? Twee vragen, met misschien hetzelfde antwoord:

  1. Wat ging er vooraf? Is de dualiteit ontstaan uit een Eenheid, of gemaakt door een Ene God?
  2. Hoe kun je jezelf verheffen? Hoe ontsnap je aan de eeuwige cirkel?

Op beide vragen volgt vaak eenzelfde antwoord. Want als er een goddelijke, hogere wereld bestaat, waaruit de huidige duale wereld ontstaan is, dan is er vaak ook een wens om weer terug te keren naar die hogere wereld. (En, is het niet een beetje cynisch, maar is de tegenstelling tussen een hogere en een lagere wereld ook geen coincidentia oppositorum?)

Heraclitus had het al over een Logos, een soort wetmatigheid of intelligentie die de afwisseling van tegengestelden aanstuurt. Dat lijkt veel op de Tau of Dau uit China. En Anaximander had het over de apeiron, een oneindigheid, wel iets lijkend op de chaos of kosmische wateren waaruit volgens veel scheppingsmythen de wereld ontstaan is.

Ontsnappen uit het rad van wedergeboorte is ook een ontsnappen uit deze wereld. Volgens de oosterse religies is deze wereld een illusie (maya), en volgens Plato leven we in een een schaduwwereld (zie o.a. zijn vergelijking van de grot) waaruit we kunnen ontsnappen door de rede en door onze hartstochten aan te leren sturen. Maar de verlichting, of het ervaren van de hogere Vormen, blijft een mystieke ervaring en bij de platoonse school een ongeschreven leer.

Het cyclische denken verhoudt zich slecht tot een geloof in een fundamenteel andere toekomst. Het christendom introduceerde een meer lineair tijdsbesef, inclusief een einde van de huidige wereld en een laatste oordeel.

Hegel’s dialectiek maakt het mogelijk om uit de afwisseling van tegenstellingen te redeneren naar nieuwe toestanden en inzichten. Aan hem toegeschreven is het model {these, antithese en synthese}. Zelf gebruikte hij andere woorden.

De synthese — het samengaan van twee tegengestelden om tot iets hogers te komen — zien we terug in alchemische symboliek. Hieronder zie je een afbeelding uit het boek getiteld Chymische Hochzeit Christiani Rosencreutz anno 1459.

chymisch huwelijk
Het alchemische huwelijk van de rozenkruis

Jung stelde dat je enkel in balans kunt komen door je te verzoenen met je tegengestelde. Dat lijkt wel iets op Hegel’s synthese. Jung liet zich mede inspireren door de alchemie, maar ook door wat hij waarnam bij zijn patiënten. Hij begruikte de term coincidentia oppositorum, en varianten erop, veelvuldig. Meer daarover is te vinden in de blogpost The Coincidence and Conflict of Opposites in Jung’s Red Book en in het artikel van David Henderson, [The coincidente of opposites — C.G. Jung’s Reception of Nicholas of Cusa], 2010, Studies in Spirituality 20, 101-113.

De oude staf van Hermes is ook nu nog populair. Omdat de grieken er vleugels aan hadden toegevoegd, waarschijnlijk ook vanwege de goddelijke status van Hermes als boodschapper, zijn die vleugels tegenwoordig ook symbool gaan staan voor het boven de tegenstellingen uitstijgen, naar de goddelijke wereld vliegen, en voor trancedentie.

Caduceus
Caduceus, de staf van Hermes

Mysterie en wetenschap

Er vallen boeken vol over te schrijven over dit onderwerp en dat is dan ook al gedaan. Daarom heb ik het hier bij wat notities gehouden, dat lijken me wel aardige startpunten. Ik heb niet de pretentie hier alles van te weten of te begrijpen of zelfs maar te gaan onderzoeken. Er zijn hele werelden te verkennen, filosofisch, religieus, in mythen en sprookjes, en in jezelf. Als Plato en Jung gelijk hebben is een deel van die verkenningen van een zodanige natuur dat ze niet goed in woorden te vatten zijn, en dus niet goed wetenschappelijk benaderbaar zijn.

Symbolen maken de verbinding tussen onbewuste archetypen, religie, mythen, taal, cultuur en onze dromen. Enkele symbolen gebruik ik vaak opnieuw omdat ze zo goed een gedachte of gevoel weergeven. Symbolen openen de poorten naar de mysteriën.

Alleen een mysterietraditie kan in de behoefte voorzien die bij veel mensen bestaat. Dat het latere neoplatonisme, zo gebouwd op de ratio, daarop uitkomt is veelzeggend. Dat die latere neoplatonisten tot het uiterste gingen om mysterie, rede en kennis op elkaar aan te laten sluiten is bijzonder en vermoedelijk alleen mogelijk voor een kleine elite.

Mede door die inspanningen is er een rijke Westerse mysterietraditie ontstaan. Maar ook is er veel luchtzweverij en bijgeloof. Het bestaan van een mysterie mag geen excuus zijn om het niet-mysterie, dat wetenschappelijk kenbaar is, te verwaarlozen. Als er al “hogere” principes werkbaar zijn, dan zijn ze in hun werkbaarheid uiteindelijk zichtbaar in onze materiële wereld, en als ze dat niet zijn, dan zijn ze wellicht niet relevant.

God is beyond the realm of contradictories (…) there exists an impenetrable barrier to human vision and reason (…) [Cusa] intends that the reader understand not so much that God is the coincidence of opposites, but rather that opposites coincide in God (…) the notion of opposites coinciding requies a transcedent vision — seeing beyond particularity and sensibility, a seeing through and beyond the image or symbol, and an antecedent seeing, considering problems in their infinitely simple principle prior to contradiction. — Bond in Nicholas of Cusa, about Cusa’s book On the Vision of God.

     

avatar
Evert geeft hier actuele en minder actuele commentaren over informatietechnologie, oude mythen, politiek, zijn persoonlijke belevenissen en wat hij nog meer leuk vind. Evert heeft een MA politicologie en een MSc medical informatics.

Furor Teutonicus is geen blog voor de massa of het grote publiek. De artikelen zijn geschreven voor de enkele geïnteresseerde en ook voor vrienden en familie. Een blog hoort af en toe sterke opinies ("furor") naar voren te brengen; de meerwaarde zit dan in de kracht van de argumenten en de dynamiek van de resulterende discussie.

Mijn contactinformatie is te vinden op: www.evertmouw.nl