Culturele afstand

— door Evert Mouw

Is Nederland altijd al een immigratieland geweest? Altijd al multicultureel? Welke groepen doen het goed, welke niet? Speelt cultuur daarbij een rol? Passen alle culturen bij elkaar? Waarom hebben we “cultuur”? Waarom blijven we maar problemen houden met de multiculturele samenleving? Vragen, vragen… en zoveel verwarring.

Hier volgt een uitvoerig verhaal. Ga er echt even voor zitten. Het is belangrijk. Veel belangrijker dan wat statistieken over Marokkanen. In dit stukje gaan we wat prikken in de oorzaken achter dat soort problemen.

De termen zijn niet scherp gedefinieerd, en wie wel scherp afgebakende definities hanteert, die verliest al snel de algemene geldigheid. Verwarring ook dankzij de rookgordijnen, valse voorstellingen van zaken en drogredenen van diverse belanghebbenden. Wat we nodig hebben is een algemeen mentaal model om over culturele en etnische verschillen na te denken. Ze zijn er natuurlijk al. Een “kleine” introductie.

Groep, coördinatie en cultuur

Mensen zijn groepsdieren. Nouja, grotendeels. Mensen zijn ook individuen. Daar zit altijd een spanning tussen. Mensen hebben geen vaste groepsprocessen, zoals bijen. Ons groepsgedrag, onze regels, onze waarden en normen, onze afspraken, onze kunst; ze zijn allemaal flexibel.

Eerst waren er kleine groepen. Groepjes van ca. 30 personen die als gemeenschap gingen jagen, vissen en verzamelen. Dankzij de technische revoluties konden die groepen steeds groter en ingewikkelder worden. Er kwam bezit, en overerving van bezit. Door taakspecialisatie werden ook machtsafstanden groter. Om toch eenheid te bewaren werd het steeds belangrijker om samenbindende factoren te versterken. Immers, er moest samengewerkt kunnen worden. In de tijd van de industrialisatie en het nationalisme was er niet langer plaats voor lokale dialecten. Het Algemeen Beschaafd Nederlands werd de norm.

Samenwerken: dat vraagt coördinatie. Een bekend voorbeeld is de afspraak over rechts rijden. Het is niet handig om iedereen zelf te laten kiezen. We rijden of allemaal rechts, of allemaal links. Als het gebruik eenmaal ontstaan is, dan zal iedereen graag meewerken aan die afspraak. Want wat heb je eraan om een spookrijder te worden? Zo ontstaan nuttige groepsregels.

Zo’n groepsregel ontstaat omdat een paar mensen ermee beginnen. Die maken gewoon een willekeurige keuze voor links of rechts. Al snel zullen mensen hun keuze aanpassen op het gedrag van de meerderheid. Dat is immers nuttig.

Zo worden er ook afspraken gemaakt over minder voor de hand liggende zaken. Neem de straf die we aan dieven geven, of de afspraken over kleding en voeding. Hoe we elkaar begroeten. Wanneer we “u” zeggen en wanneer “jij”. Het trekt in talloze kleine dingen door. Een deel ervan wordt gecodificeerd in wetten. Daarmee is een wetboek een verstolde cultuur: in het wetboek lees je wat mag en niet mag, dus wat de samenleving (cultuur) voor soort normen en waarden heeft, hoe het wil straffen, en wat het wil straffen.

Een cultuur is dus (voor een deel) een groep mensen die veel dezelfde afspraken hebben over hoe er samengewerkt en samengeleefd wordt. Als je in een andere cultuur komt, dan moet je de regels leren om er geaccepteerd te worden. Twee erg verschillende culturen zullen moeite hebben om gemakkelijk samen te werken omdat ze zulke andere regels hebben over het samenwerken.

Culturele verschillen academisch bekeken

Culturele afstand is een vector

Ergens eind jaren ’90 had ik al wat gedachten over immigratie en een mogelijk verband met criminaliteit. Ik vermoedde dat de afstand tussen groepen daarbij een rol zou spelen. Een grote culturele afstand zou kunnen verklaren waarom een allochtone groep niet goed integreerde. Ik heb uiteindelijk een heel lijstje gemaakt van variabelen of factoren die mensen of groepen op afstand zouden kunnen zetten. Hier zijn er een paar in willekeurige volgorde: Huidskleur, ras, geslacht, intelligentie, emotionele reacties, geschiedenis, taal, eetgewoonten, kledinggewoonten, seksuele omgangsregels, leeftijd, godsdienst, opleidingsgraad, lengte, lichaamstaal. (Ras is niet helemaal gelijk aan huidskleur.)

Het idee is dat je op elk van die variabelen kunt verschillen. Op de meeste variabelen kun je in verschillende mate verschillen. Als je op alle variabelen een maximaal verschil hebt, dan is de afstand zo groot dat een gemeenschappelijke identiteit erg onwaarschijnlijk wordt en een succesvolle en vredige samenwerking erg lastig.

Bovendien bedacht ik dat je lid kunt zijn van meerdere groepen tegelijk. Je krijgt dan een soort idee uit de verzamelingenleer of een Venn diagram. Iemands identiteit wordt dan bepaald door het lidmaatschap van diverse groepen, zoals “Nederlands”, “man”, “blank”, “hoger opgeleid”.

Dankzij de Coursera cursus Model Thinking van Scott E. Page heb ik een aantal denkers en raamwerken ontmoet die hierop aansluiten.

Axelrod’s verspreiding van cultuur

In 1997 publiceerde Axelrod een paper met de titel The dissemination of culture. Hij gaat uit van het idee dat cultuur een “set of individual attributes that are subject to social influence” is. Met ander woorden, individuele eigenschappen (zoals welke kleren je aan doet) worden door je omgeving beïnvloed. Verder gaat zijn model uit van de veronderstelling dat mensen met dezelfde attributen (kleding…) meer geneigd zijn om met elkaar om te gaan. En als ze met elkaar omgaan, is er meer contact, en dus meer culturele beïnvloeding. Meer informatie kun je vinden op Axelrod’s model of dissemination of culture.

Schelling’s segregatiemodel

Al voordat ik “Model Thinking” volgde heb ik op dit blog wat geschreven over het segregatiemodel van Schelling. Volgens dat model zal een stad al snel geografisch volgens etnische lijnen verdeeld zijn, ook al hebben de meeste mensen maar een lichte voorkeur voor het wonen tussen mensen van de eigen “soort”. Een duidelijk college over het onderwerp zie je hieronder (12 minuten).

Axelrod en Schelling samengenomen

Axelrod stelde dus al dat gelijksoortige mensen naar elkaar toe trekken en dan meer gelijksoortig worden. Schelling laat zien dat zelfs als groepen mensen maar weinig verschillen en de individuele leden van de groep geen uitgesproken hekel hebben aan de andere groep, er toch al sterke segregatie kan ontstaan.

Hofstede’s culturele dimensies

Volgens Hofstede kun je culturen met elkaar vergelijken door de volgende culturele dimensies te meten:

  • individualism-collectivism
  • uncertainty avoidance
  • power distance (strength of social hierarchy)
  • masculinity-femininity (task orientation versus person-orientation)
  • long-term orientation

Door deze factoren of dimensies te meten voor groepen kun je culturele profielen opstellen en ook meten hoe groot de culturele afstand tussen groepen is volgens deze dimensies. Dit lijkt dus wel iets op de benadering die ik in de jaren ’90 opstelde, maar deze benadering kijkt niet naar ras of taal of andere zaken die misschien voor de identiteitsbeleving van belang zijn. Bovenstaande factoren richten zich sterk op de communicatie (coördinatie) tussen mensen.

Inglehart’s wereldwijde culturele waardenonderzoek

Inglehart heeft wereldwijd culturele waarden gemeten, samen met vele andere academici. Je kunt er van alles over lezen op de website van de World Values Survey of op het Nederlandstalige Wikipedia lemma. Een mooie grafische weergave van de resultaten zie je hieronder.

Inglehart Values Map

Inglehart-Welzel Cultural Map of the World
Bron: Inglehart Values Map, Wikipedia

Als je op bovenstaande kaart kijkt naar de afstand tussen Marokko en Nederland, dan snap je al een beetje waar je de verklaring voor de problemen moet zoeken.

Bednar’s model van persistente diversiteit

Bednar et. al. hebben een model beschreven waarin gemodelleerd wordt hoe culturen een eigen signatuur ontwikkelen en waarom die vaak hardnekkig is. De paper heeft als titel Emergent cultural signatures and persistent diversity: A model of conformity and consistency (2010).

Voor- en nadelen van diversiteit

Menselijk groepsgedrag is flexibel. In een groep zijn er altijd variaties. Als de omgeving verandert, dan is het soms nuttig voor de groep om ook ander gedrag aan te nemen. Als je bijvoorbeeld in vredestijd alle tijd hebt om over nieuwe wetten en maatregelen na te denken, dan kun je met iedereen een beetje rekening houden en alle opties overwegen. Maar in oorlogstijd heb je vaak die luxe niet — dan stel je een generaal aan die snel knopen kan doorhakken.

Als er in een groep of cultuur variaties zijn, dan is die groep meer robuust. De groep kan zich dan sneller aanpassen aan nieuwe omstandigheden, omdat het een grotere variabiliteit aan gedragingen in het repertoire heeft. Zo hebben bijvoorbeeld de Joodse immigranten de handel in Amsterdam een flinke impuls gegeven.

De prijs daarvoor is het verlies van interne cohesie, coördinatie en vertrouwen, oftewel eigenlijk schade aan alle redenen die we kennen om het idee “cultuur” te rechtvaardigen. Daar moeten we een apart kopje voor inrichten:

Putnam’s onderzoek naar vertrouwen in multi-etnische samenlevingen

Robert Putnam heeft empirisch onderzoek gedaan naar het effect van diversiteit op vertrouwen in de samenleving. Zijn bevinding is zorgelijk. In een meer diverse (multiculturele of multi-etnische) samenleving is het vertrouwen tussen de verschillende groepen lager. Wel, dat is niet zo verrassend. Maar opvallend in zijn bevindingen is dat ook het vertrouwen tussen de individuen binnen de verschillende groepen elkaar minder gaan vertrouwen. Dus in een samenleving van roze, oranje en paarse mensen zullen ook mensen die allemaal paars zijn elkaar minder vertrouwen dan in een samenleving die enkel uit paarse mensen bestaat. Het lagere vertrouwen correleert met een hoop narigheid. Een aardig overzicht die je onder de Wikipedia subkop Diversity and trust within communities.

Arrow over vertrouwen

Volgens de econoom en Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow is vertrouwen erg belangrijk voor de economie. Elke transactie is voor een klein deel gebaseerd op onderling vertrouwen. Hoe meer vertrouwen, hoe gemakkelijker het is om transacties (bestellingen, contracten, etc.) te sluiten. Dit gegeven, in combinatie met de resultaten van Putnam, suggereert dat sterk multiculturele samenlevingen meer moeite zullen hebben om economisch sterk te functioneren.

Op dit moment is het lage vertrouwen in banken en overheden ook onderwerp van discussie.

Cultuur en intelligentie

Voor zover de gemiddelde intelligentie van etnische groepen mogelijk een invloed heeft op culturele verschillen tussen etnische groepen, voor zover die suggestie op zou gaan, is het de moeite waard The Bell Curve te noemen van Herrnstein en Murray.

Sprookjes over immigratie

Helaas zijn er nogal wat lieden die menen iets te weten van “cultuur” omdat ze een keer een literair boek hebben gelezen of omdat ze een keer in een exotisch restaurant hebben gegeten. Ook zijn er enkele geschiedkundigen die niet gehinderd door cijfermatig inzicht wat rare beweringen doen. Ik noem er een paar.

“Nederland was altijd al een immigratieland”

Migratie is inderdaad van alle tijden. Dat geeft soms wat tijdelijke problemen en dan lossen die vaak ook wel weer op. Maar er is natuurlijk nogal een verschil tussen de migratie van een paar Belgen die naar Nederland komen en de migratie van grote aantallen mensen uit een compleet andere cultuur die getto’s vormen in onze grote steden. Vaak worden maar liefst drie essentiële zaken weggelaten door mensen die dit “argument” gebruiken:

  1. De culturele afstand (vector) van de immigranten t.o.v. de al aanwezige bevolking.
  2. Het aantal immigranten.
  3. De snelheid van immigratie.

“Nederland was altijd al multicultureel”

Nadat je uitgelachen bent, wordt je verondersteld hier nog een serieus antwoord op te geven. Het is lastig. Mensen die geen onderscheid maken tussen de multiculturaliteit van een land waarvan alle bewoners blank, Nederlandstalig en Christelijk zijn (maar wel Katholiek en Protestants) en de multiculturaliteit van een land waarvan de bewoners alle kleurtje, talen en religies hebben, dat soort mensen moet je gewoon negeren.

Vaak worden in dit verband de Portugese Joden en de Hugenoten genoemd. Even terug naar de drie punten van het vorige subkopje. Beide groepen hadden (1.) een kleine culturele afstand, en waren (2.) tamelijk klein in aantal. Enkel de (3.) snelheid van immigratie was hoog, maar dat laatste kwam voornamelijk omdat ze zich hier snel thuis voelden.

“Na verloop van tijd lossen de problemen zich wel op”

Als je maar even wacht, dan wennen de bevolkingsgroepen aan elkaar. En een nieuwe groep immigranten is dan weer het zwarte schaap. Dat is zo ongeveer de strekking van dit argument. Het is waar dat veel groepen in een multiculturele samenleving een omgangsvorm vinden die voor alle partijen acceptabel is. Daarbij zullen vooral de immigranten hun cultuur wat moeten aanpassen. Echter, die aanpassing is moeilijk en onwaarschijnlijk als de culturele afstand erg groot is, of als de interne cohesie van de immigrerende groep erg hoog is.

Joden hebben in bijzonder veel landen last ondervonden van discriminatie. In veel landen integreren Moslims erg slecht. Beide groepen kennen een hoge interne cohesie die vooral religieus van aard is. Op de Balkan kon recent nog waargenomen worden hoeveel eeuwen dit soort spanningen kunnen blijven bestaan.

Aziaten daarentegen zijn vaak succesvolle migranten.

Praktische consequenties

Wat volgt is een wat meer persoonlijke visie op de implicaties van bovenstaand wetenschappelijk werk.

Wetgeving

De wet is, zoals eerder gezegd, een soort verstolde en geschreven versie van hoe we denken over wat mag, wat niet mag en hoe we dingen samen horen te regelen. In de wet staat hoeveel en wat voor soort straf je krijgt op maatschappelijk ongewenst gedrag.

Het is dan wel verd* handig het samen een beetje eens te zijn over wat gewenst en ongewenst gedrag is. Veel daarvan is cultureel bepaald. Bijvoorbeeld ideeën over seksualiteit, rente op bankrekeningen, et cetera.

Juridisch haalbare beleidsmaatregelen om een probleemgroep aan te pakken zijn altijd gebonden aan de juridische kaders van ofwel de dominante cultuur ofwel van het gemiddelde van de participerende culturen. Als een deelgroep in een democratische rechtsstaat zich cultureel op grote afstand van die “Leitkultur” staat, dan kan ik me voorstellen dat de volgende moeilijkheden zich zouden kunnen voordoen:

  1. De mensen van de kleine minderheid hebben geen begrip voor de wetten, en al helemaal niet voor veel van de volgens hen onterechte straffen.
  2. Of: er is wel begrip voor de wetten en de straffen, maar de hoogte van de straffen maakt totaal geen indruk. (Bv. het Nederlandse feminiene politie-optreden t.o.v. een masculiene Berbergroep.)

Beide moeilijkheden zijn binnen de juridisch-culturele kaders van een democratische rechtsstaat die van het gelijkheidsbeginsel uitgaat simpelweg onoplosbaar. Vandaar dat we al tientallen jaren tevergeefs proberen het “Marokkanenprobleem” op te lossen. Wetgeving specifiek voor een minderheid (bv. Berbers) haalt het gelijkheidsbeginsel (non-discriminatie beginsel) onderuit. De wetten allemaal veranderen is voor de meerderheid van het land onwenselijk of zelfs onacceptabel.

Immigratie en remigratie

Immigratieproblemen kun je m.i. minimaliseren door etniciteiten en culturen die op grotere afstand staan te weren, en die groepen die dichtbij staan juist voorrang te geven.

Groepen die werkelijk erg ver van ons af staan en bovendien veel problemen ondervinden in de samenleving zijn moeilijk binnen onze juridisch-culturele kaders te vangen. Voor die groepen zou een remigratiebeleid dat uitgaat van vrijwilligheid (behalve indien crimineel gedrag; dan dwang) een best mogelijke oplossing zijn voor alle betrokken partijen.

Europese Unie

Er zijn aardig wat culturele verschillen, waaronder taal, binnen Europa. Daarom is het uitbreiden van de EU een hachelijke onderneming. De leden van het eerste uur kenden een niet al te grote onderlinge culturele afstand en een beperkte samenwerking. Maar inmiddels is er een meer hechte samenwerking, vooral in de eurozone. Ook zijn er nieuwe lidstaten bijgekomen die een wat grotere culturele afstand kennen tot de landen die oorspronkelijk de EEG vormden. Bijvoorbeeld de landen uit het voormalige Oostblok. Wat culturele afstand betreft zou het m.i. onverstandig zijn om een land als Turkije toe te laten. Inmiddels is de EU al vergroot met flink wat landen waardoor de interne culturele cohesie (homogeniteit) afgenomen is. Dat maakt de coördinatie lastiger en de EU zwakker. Verdere groei van de EU zal daarmee moeizamer worden.

Identiteit

Mensen identificeren zich aan een groep: een voetbalclub, een religieus clubje, een politieke partij, een “gender”, een wijk of dorp, een taal, een land… Daarbij zijn overlappende identiteiten mogelijk. Ik noemde eerder al de verzamelingenaanpak.

Groepen identificeren zich vaak door hun tegengestelde te confronteren. Een gemeenschappelijke vijand schept eenheid. Het is ook een manier om jezelf te leren kennen: door dat te benoemen wat je niet bent, wat anders is. Dat is wat mensen en groepen van nature doen, door alle eeuwen en culturen heen. Er is altijd conflict geweest. Dat is ook niet zonder praktisch belang: een culturele groep heeft er belang bij om de eigen wetten en gebruiken te stimuleren, en om materieel voordeel voor de eigen leden te bewerkstelligen.

Dankzij moderne communicatiemiddelen zoals het internet en moderne transportmiddelen zoals het vliegtuig wordt het steeds gemakkelijker om een eigen identiteit en cultuur te bewaren te midden van een geografisch cultureel “vijandige” omgeving. Geografie en cultuur raken wat losser van elkaar. Tegelijkertijd werkt het model van Schelling door. Dat voorspelt een hoop etnisch-culturele eilandjes die met elkaar contact houden.

Dit alles bij elkaar genomen maakt het onwaarschijnlijk dat grote culturele verschillen zich zomaar zullen oplossen. De visie van Huntington, waarbij de conflicten van de toekomst zich op de grote religieus-culturele breukvlakken zullen bevinden, is dus niet zo heel onwaarschijnlijk.

Tot slot

Door een modelmatige en empirische benadering van cultuur krijgen we een scherper beeld van culturele verschillen en immigratieproblematiek. Immigratie kent voordelen maar ook lange-termijn risico’s die de samenleving voor een groot deel van de bevolking onaangenamer kunnen maken. Dat besef maakt de moralistische en zelfverklaarde “beschaafde” benadering van veel proponenten van de multiculturele samenleving contraproductief en mogelijk zelfs zelfdestructief. Ook stelt de multiculturele samenleving het gelijkheidsbeginsel en de democratische eenheidsstaat op de proef. Ik acht het niet onmogelijk dat het Normandische voorbeeld, waarbij iedere subgroep veel eigen autonomie behoudt, aan populariteit zal winnen.

     

Facebook Comments

één reactie

Reacties Gesloten