Vreugde over de waarheid bij Augustinus

Ze beminnen de waarheid, wanneer ze licht geeft, zij haten haar als ze hen logenstraft. Want omdat ze niet bedrogen willen worden, maar wel willen bedriegen, beminnen zij haar, wanneer zij zichzelf openbaart, maar haten haar, als zij hen openbaar maakt. Zij zal hun daarin vergelden, dat ze hen, die door haar niet openbaar gemaakt willen worden, ook tegen hun wil openbaar maakt, maar zichzelf aan hen niet openbaart.

Waarheid is niet zomaar een eigenschap, maar de kern van wat bestaat, als ik Plotinus goed begrijp. De afgelopen weken heb ik weer af en toe een stukje in zijn Enneaden gelezen. Ik doe het rustig aan, want het is zo’n ander wereldbeeld, en ik mis de jarenlange filosofische training in de platoonse academie zoals die ooit in de oudheid bestond. Maar het is belangrijk. Plotinus had een grote invloed op Augustinus, misschien wel de belangrijkste kerkvader in filosofisch opzicht. Momenteel lees ik ook af en toe wat in de Belijdenissen van Augustinus. Dat maakt Plotinus weer iets beter te begrijpen voor me. Ik wilde iets van hem delen vandaag, en zag toevallig ook onderstaand citaat. Kortom, de voorzienigheid staat me bij.

Het boek met de Belijdenissen van Augustinus is nog van mijn opa geweest. Het staat vol met aantekeningen, ik denk nog van hem. Ik vond het boek toen ik de spullen van mijn moeder opruimde. Daarna ben ik er maar wat in gaan lezen. Op deze pagina’s (foto hieronder) schrijft Augustinus over de vreugde die met het kennen van waarheid komt. Klik op de foto om in te kunnen zoomen.

scan uit boek
Waarheid en wil bij Augustinus (Belijdenissen)

Allen streven naar (vreugde over) de waarheid. Augustinus merkt ook op dat niemand bedrogen wil worden, maar dat velen zelf wel anderen willen bedriegen. Ze worden in beslag genomen door dingen die hen ongelukkig maken. De enige redding van de duistere onwaarheid is het zwakke licht dat nog bij de mensen schijnt.

De vreugde van de waarheid vraagt een prijs, namelijk het ook innerlijk accepteren van de waarheid als die jou op dat moment niet goed uitkomt. Het citaat waarmee ik deze blogpost begon, te zien op de rechterpagina, is het nogmaals overwegen waard. Daarom hierbij nogmaals die tekst:

Ze beminnen de waarheid, wanneer ze licht geeft, zij haten haar als ze hen logenstraft. Want omdat ze niet bedrogen willen worden, maar wel willen bedriegen, beminnen zij haar, wanneer zij zichzelf openbaart, maar haten haar, als zij hen openbaar maakt. Zij zal hun daarin vergelden, dat ze hen, die door haar niet openbaar gemaakt willen worden, ook tegen hun wil openbaar maakt, maar zichzelf aan hen niet openbaart.

Mensen verlangen naar waarheid, maar je kunt alleen naar iets verlangen, als je al een beeld of herinnering hebt van waar je naar verlangt. Augustinus volgt daarmee de vormen- of ideeënleer van Plato, waar later Jung zijn archetypen op zou baseren. De kern van het waarheidsbesef zit ergens in het geheugen of de aangeboren kennis van de mens, als een soort archetype of (deel van) een godsbesef, als een hoger geestelijk construct. Dat construct, echter, is niet echt van onszelf, maar is als God die in onze herinnering woont.

Verdere overwegingen

Waarheid moet concreet gestalte krijgen in een mens. Als christen noemt Augustinus daarom de mens, de geïncarneerde (=vleesgeworden) Christus (Logos). Dat is een verschil met het neoplatonisme; Plotinus kende de Ene geen actieve rol toe in deze inferieure wereld van afbeeldingen, omdat de Ene perfect is, en wat perfect is, kent geen aandoeningen en geen onvervulde verlangens, al helemaal niet in de illusoire wereld van mooie maar imperfecte spiegelbeelden die onze realiteit is.

Onze door God ingeblazen (levens)geest is, als ik het allemaal goed begrepen heb, volgens Plotinus ook onsterfelijk en reïncarneert steeds weer (dat lijkt wel iets op het boeddhisme) en kent ook geen meningen, emoties of aandoeningen. Maar onze ziel en vooral ook ons lichaam kennen die zaken wel, en zijn sterfelijk. De geest is waarheid, oftewel contemplatie op de geest leidt tot waarheid. Daarbij is de ultieme bron van waarheid de Ene.

Ook tijd is een afspiegeling. Het eeuwige kent geen tijd, alles is er tegelijkertijd. De alfa en de omega, het begin en het eind, zijn voor de bron van waarheid geen beperkende factoren.

Hoewel beide heren wat vergeestelijkt en ascetisch waren, ontkennen ze niet de concrete menselijke verplichtingen naar deze wereld op deze aarde. Het verschil met moderne reductionistische denkers is, vermoed ik, dat ze een soort voor onze ogen onzichtbare ster of zon zagen, een onveranderlijke Bron, die de mensen en deze wereld zou inspireren en bewegen. De wereld is dus niet willekeurig maakbaar, en we hebben de rol op het toneel maar te spelen zoals de schrijver van het stuk die toegewezen heeft aan de acteurs.

Aleister Crowley

Het is soms even zoeken naar je rol in een veranderlijke wereld die zich steeds meer van dit onzichtbare licht af lijkt te keren. Een interessante kijk hierop had de bekende Britse occultist Aleister Crowley, zie zichzelf wel het Beest en ik dacht ook de Antichrist noemde. In essentie leek hij het (neo)platoonse wereldbeeld van Plotinus en Augustinus te delen, ondanks zijn huwelijk met de fysieke wereld en met Babalon. Van hem is de uitspraak:

Do what thou wilt shall be the whole of the law.
Love is the law, love under will.

Alleen naïeve mensen interpreteren dit als “doe maar wat je wilt”. Want wat je echt wilt, is vaak onbereikbaar. Je “hogere zelf”, je levensgeest, heeft de herinnering aan de Ene, aan waarheid, en wil dus ook het ware zoeken. De wet is liefde, maar liefde is niet vrijblijvend en vraagt wilskracht. Al het andere, alle verdere dogma en cultuur en moraliteit is, volgens Crowley, bijzaak. Hij hoopte op een nieuwe religie die de mens terug zou brengen bij de natuur en bij de geest.

Crowley
Aleister Crowley

Crowley was in veel opzichten geen voorbeeld om na te volgen. Van christenen en antroposofen tot een mij bekende Wicca-hogepriesteres; velen zien hem als de personificatie van het kwaad. Hij zou dat zelf meteen beamen; hij noemde zich niet zomaar het Beest. Het getal van het Beest is het getal van de mens (geschapen op de zesde dag, drie keer herhaald voor de nadruk, geeft 666). Het is de mens zonder geest, los van de Ene, wiens dame Babalon heet. Pas op met Crowley.

In ieder geval was het geen geesteloze gereduceerde reductionist. Ons volk laat zich leiden door mensen die de geest ontkennen, voor wie waarheid geen hogere werkelijkheid en geen hogere waarde kent. Zo zonder innerlijke vorm zal de uiterlijke vorm niet stand kunnen houden. De geest geeft vorm, zou Plotinus zeggen, en Augustinus zou zijn Schepper eren, maar wat hij over het proces van de schepping schrijft, dat moet ik nog lezen. De emanatieleer van Plotinus vind ik filosofisch in ieder geval al interessanter dan het creationisme en het darwinisme bij elkaar.

Het is al ruim na twaalven, ik moet maar stoppen, en u moet maar beginnen, als deze bekende auteurs nieuw zijn voor u en uw interesse misschien gewekt is. Ja, het is ruim na twaalven in deze wereld.

Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties