Vreekamp’s seizoenen van Vivaldi

— door Evert Mouw

Hoe hebben onze heidense voorouders en later de Kerk de seizoenen beleefd en gevierd? Hoe verhoudt het christendom zich met oude en nieuwe natuurreligies? Is God aanwezig in de natuur?

Is God aanwezig in het van oorsprong heidense midwinterfeest? Kerst is daar toch van afkomstig. Nu ik dit schijf is het Tweede Kerstdag.

Deze en andere onderwerpen worden op een luchtige en tegelijkertijd filosofische wijze belicht door dr. Henk Vreekamp (1943-2016). Hij was predikant op de Veluwe en is bekend geworden door zijn zgn. Veluwe trilogie, waarvan ik twee boeken eerder besproken heb (linkjes staan onderaan deze tekst).

Voor zo’n theoloog, afkomstig uit bevindelijke kringen, is het nogal bijzonder dat hij een deel van zijn verhaal over de seizoenen en jaarfeesten baseert op een boek uit de Wicca-hoek, van Jo en Ko Lankester. Vreekamp trekt zich niet terug op een eiland. Zijn theologie lijkt meer op een respectvolle verovering en incorporering van oude en nieuwe heidense gebruiken en opvattingen. Ook heeft hij veel aandacht voor het Judaïsme, waar hij ter lering voor christenen voorbeelden uit haalt.

De muziek van Vivaldi had zijn grote liefde. Vivaldi, een priester, is bekend van De Vier Jaargetijden, waarin de vier seizoenen als muziek in terugkeren. Vreekamp beschrijft hoe de vier seizoenen muzikaal anders klinken. Ook gebruikt hij dit als structuur voor zijn boek, wat de titel verklaart:

Het jaar van Vivaldi – Hemel en aarde in onze seizoenen

Zoals ik eerder gedaan heb, zal ik ook dit boek aan de hand van citaten beschrijven, in de hoop dat de lezer ook zelf de boeken zal aanschaffen en lezen. Uiteraard heb ik mijn eigen selectie gemaakt. Puur christelijke thema’s hebben minder mijn aandacht dan de connectie met de natuur en het heidendom; bij de laatste twee voel ik me vaak meer op mijn gemak.

Winterfeest

In het boek wordt deze winterzonnewende kort genoemd, voordat de vier seizoenen elk afzonderlijk behandeld worden. Vreekamp begint zijn boek met de lente. Omdat we nu in de winter zitten heb ik in deze bespreking de winter naar voren gehaald.

Maar wanneer is dat, die winter?

Naast de naam Joel is de eeuwen door de benaming Midwinter gebruikt om het solstitium van december aan te duiden. Toen de Gregoriaanse kalender vanaf 1582 het wintersolstitium op 21 december stelde, bleven volksgebruiken gekoppeld aan 25 december. Midwinter geeft aan dat het solstitium niet het begin, maar het midden van de winter is. Dat gaat terug op de oude tweedeling van het jaar in zomer en winter.

Veel elementen uit het kerstfeest hebben een oude bron. De kerstboom natuurlijk, het kerstmaal, maar ook het stro.

Zo werd stro van de laatste oogst – waarin de levenskracht van de vegetatie was opgenomen – in huis neergelegd, bijvoorbeeld onder de kersttafel, zodat de geesten van de overledenen daarop konden rusten. Een afspiegeling hiervan is het stro in de kribbe van Bethlehem.

Het boek zit vol met dit soort weetjes en achtergronden. In deze bespreking kan ik niet alle aspecten van het boek goed belichten, maar overal zitten speels geschiedenissen en feiten verwerkt. Voor een culturele en historische verdieping van de lezer hebben de boeken van Vreekamp daardoor grote waarde.

Ook worden kerkelijke zaken besproken, bijvoorbeeld het kerkelijke jaar, en hoe zich dat historisch ontwikkeld heeft.

Vreekamp mijdt geen lastige vragen. De Aarde, het vieren van het geschapene en de natuur, doet sommigen in de kerk denken aan de bloed en bodem ideologie. Plassmann wordt aangehaald:

Ik blader door de bladzijden die gaan over winterzonnewende en jaarwende. Over deze tijd van het jaar dus, deze donkere dagen. […] De zon is voor de Noordse mens de schepper van al het levende. In hun feesten van het jaar hebben de Germaanse volkeren aan hun heroïsche wereldbeschouwing een diepe en wezenlijke uitdrukking gegeven. Zij vieren hierin de strijd van het licht met de koude en de duisternis. In het oude, heilige feest der winterzonnewende vieren zij de wedergeboorte van het licht uit de nacht van het jaar. Want de heroïsche Noordse mens weet: in alle worden is het vergaan besloten.

Lezers van de boeken van Vreekamp zullen ermee bekend zijn dat hij de christelijke leer tegenover zulk cyclisch denken zet. De geschiedenis heeft een doel; God is aan het werk in de geschiedenis. Verderop in het boek verwijst hij naar Eliade:

De God van Israël manifesteert zich niet meer in de kosmische tijd, zoals de goden van andere religies, maar in een historische tijd, die onomkeerbaar is. De natuur staat niet langer op de voorgrond, maar zij wordt achtergrond, decor. Zo vat Mircea Eliade samen.

We gaan de winter verlaten. De natuur bloeit op.

Vruchtbaarheid

Lente! Vivaldi heeft het over nimfen en herders die dansen op feestelijke muziek. Nimfen zijn halfgodinnen, verbonden met de natuur. Hierbij plaatst Vreekamp het Hooglied, waar hij uitvoerig uit citeert. Zijn laatste citaat komt van 8:6.

Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.

Zijn commentaar op dit vers verraadt diepe achtergrondkennis.

Hier klinkt, als in de kantlijn, tot slechts twee letters afgekort, verborgen in de vertaling, de naam van de Eeuwige. Bron van de vlam van de liefde, die sterk is als de dood. niet sterker, zoals vaak wordt vertaald. Even sterk, aan elkaar gewaagd: de liefde en de dood. Twee vuren, door geen water van oceanen en rivieren te blussen.

De oude heidense feesten en de natuur zijn een onderdeel van de geschiedenis van Henk Vreekamp zelf. Dat geldt ook voor zijn Veluwse wortels. De dominante rol van dominees is betrekkelijk nieuw. De boeren op de Veluwe deden eeuwenlang toch vooral waar ze zelf zin in hadden, van kermissen tot aan de seksuele moraal. Volgens Sulman niet bevindelijk, wel traditioneel. Gehuwd in de kerk werd vaak pas nadat bewezen was dat het “werkte”. Dit wordt sympathiek beschreven door Vreekamp als hij het over de lente heeft.

Zonder bevruchting geen graan, geen nageslacht. In de meinacht ontmoeten de beide geslachten elkaar. Met alle gezegende gevolgen van dien. Op de avond tevoren gaan jongens en meisjes naar buiten, de bossen in, om meibloesems te verzamelen. Daar onder de open hemel wordt de vruchtbaarheid beproefd. Zonder nageslacht kan de boerderij niet in stand worden gehouden. […] In de kerk moest vervolgens schuldbelijdenis worden gedaan voor deze te vroeg genoten vrucht. Een stilzwijgende afspraak tussen kerk en volksgeloof was het. Een vanzelfsprekende code met een dubbele moraal.

Goden, natuur en mechanisatie

Aan het eind van de zomer kan de oogst van het graan plaatsvinden.

Mogelijk is in de Germaanse wereld Wodan als graangod vereerd. Men liet bij de oogst een aantal graanhalmen op de akker staat voor het paard van Wodan.

Als kind deed ik wat hooi in de schoen voor ’t paard van Sinterklaas. Wodan had een vliegend paard, en Sinterklaas kon over de daken rijden… Maar ik raak afgeleid. Vreekamp gaat verder:

De mechanisatie van de landbouw, waarin geen plaats meer is voor rituelen en magische gebruiken, gaf tenslotte de nekslag aan het jaarlijkse oogstfeest dat duizenden jaren in Europa had bestaan.

Max Weber, de vader van de sociologie, had het over de “onttovering” van de wereld door de opkomst van mechanisatie, industrie, bureaucratische rationalisatie e.d. Weber zag dat als noodzakelijk, maar niet per se als alleen maar een vooruitgang. Er zijn steeds meer mensen, ook academici, die pleiten voor een herbetovering (re-enchantment) van de samenleving. Het is mijn mening dat de boeken van Vreekamp bijdragen aan een evenwichtige herbetovering, het terugvinden van ziel en schoonheid, binnen evenwichtige kaders en zonder de historische en geografische worteling uit het oog te verliezen.

Avondschemering

In de herfst is het Loofhuttenfeest. Joden denken dan ook terug aan hun historie en hoe ze in Israël gekomen zijn. Vreekamp gaat uitvoerig in op dit Joodse feest. Na de uittocht uit Egypte wordt een lange reis van 40 jaar door de woestijn gemaakt. De wolk van God leidt hen, terwijl ze overnachten in simpele tenten. Het is niet hun eigen kracht, maar hun God die hen leidt:

Zoals boven het hoofd het dak is, waardoorheen de sterren aan de hemel zichtbaar blijven, zo zal de mens op aarde leven onder een dak van vertrouwen. Veiligheid is de vrucht van vertrouwen en niet van kracht.

Zeventig volken, die symbool staan voor de hele wereld, zijn uitgenodigd om samen met de Israëlieten het feest mee te vieren. Deze vreemde volkeren hoeven zich niet aan de hele Thora te houden; de zeven Noachitische voorschriften zijn afdoende.

De rol Prediker wordt gelezen tijdens het Loofhuttenfeest. Het schemert, de nacht komt eraan, de winter komt. We worden moe, en waartoe dient alles? IJdelheid der ijdelheden…

In de ervaring van de zinloosheid schemert een vermoeden van God. Dat noemt de Prediker de vreze Gods. De verwondering als eerste en laatste, de grenzeloze en grondeloze eerbied.

Ook eerbied is verschuldigd aan onze voorouders, aan wie ons voorgingen. Vreekamp gaat in op de heidense en christelijke aspecten van Allerheiligen, Sint Maarten, Allerzielen, en Halloween.

Het wordt even persoonlijk

Een kort intermezzo. Normaal beschrijf en citeer ik boeken onpersoonlijk, maar de schrijver komt nu dicht bij mijn leefwereld. Hij schrijft eerst over zijn ontmoeting met Louis Fraanje. Deze man kende mijn vader en heeft, nadat mijn vader gestorven was, in de kerk in Elspeet verteld over het leven van hem. Ook is Louis de man achter een club die Veluwse sagen, legenden en natuurverhalen poogt te behouden. Veel daarvan zijn te vinden op: www.de-veluwenaar.nl

Daarna worden enkele pagina’s besteed aan mijn moeder. Hij weet haar goed te karakteriseren en haar opvattingen en ervaringen over te brengen. Het is bijzonder om onverwachts over haar te lezen in een boek. Een mooie ervaring.

Het oude boeren- en herdersbestaan bleek niet te combineren met de nieuwe tijd en nieuwe politiek. Hoe het met het mechanische denken botste heb ik beschreven in een analyse. Over de ondergang van een herdersgeslacht is geschreven door Wierd Duk in De Telegraaf.

Na het overlijden van Henk Vreekamp kwam zijn vrouw, Marjoleen, nog een keer langs bij mijn moeder. Ik was er toevallig ook. Het was een bijzondere vrouw: ouderwets christelijk, maar ook sterk. Ze was zakenvrouw van het jaar geweest en had ervaring met het leiden van een onderneming. Ze adviseerde me met klem om “Vivaldi” te lezen, zonder me te zeggen dat mijn moeder in het boek voorkwam. Ongeveer een jaar later overleed ze; 2,5 jaar na haar man. Nog een aantal jaren later heb ik dan eindelijk gevonden wat ze voor mij een beetje verstopt had.

Het vijfde seizoen: quintessens

Vreekamp zou Vreekamp niet zijn als hij, na zijn liefdesbetuigingen aan de natuur en ook aan elementen uit oude heidense natuurfeesten, niet het bijna mystieke element zou toevoegen dat deze zaken heiligt in christelijke zin. Hij begon zijn boek met de lente; als je doortelt kom je opnieuw in een lente, “het vijfde seizoen”, maar dan toch anders. Dit vijfde seizoen staat bij Vreekamp voor de hemel, de wereld die voltooid is, de Eeuwige Lente om het maar zo te noemen.

Zoals de vier seizoenen verbonden zijn met de vier elementen, en zoals de vier elementen gevoed worden door hun gemeenschappelijke “ziel” of quinta essentia of quintessens, zo hebben ook de vier seizoenen een gezamenlijke, onaardse ziel.

Dit vijfde komt van buitenaf en vormt de ziel van de vier. Het verbindt de elementen met elkaar en brengt ze in beweging. Quintessens is een singulare tantum, bestaat niet in het meervoud. En zo gaat quintessens betekenen: het wezen – de geest – het principe – de hoofdzaak – de samenvatting.

Vreekamp is ongevoelig voor de platte en binaire tegenstelling tussen materie en geest, zoals die in veel kerken en bij veel christenen bestaat. In zijn mystieke benadering zie ik overeenkomsten met de Kabbala, de alchemie en het neoplatonisme. De laatste stroming, in de kern afkomstig van Plato, is niet empirisch maar wel heel rationeel en abstract. Voor veel mensen is de quintessens daardoor lastig te vatten. Vreekamp neemt dus een risico, maar zijn uitwerking is mijns inziens glansrijk en begrijpelijk uitgevoerd.

Naar de hemel op aarde gaat het toe. De hemel staat voor het vijfde seizoen. Het vijfde seizoen is eenvoudig de hemel op aarde in de vier jaargetijden. De hemel is de essentie van de aarde. De aarde heeft haar wezen buiten zichzelf. Het vijfde seizoen is het seizoen dat uit de tijd is. Tegelijkertijd valt het binnen de tijd. Het valt de tijd binnen en bezielt de vier ‘gewone’ seizoenen.

Mensen kunnen de muziek der sferen van Pythagoras nier horen. Plato schrijft over het verband tussen muziek en de sterren. Het vloeit snel over naar Psalm 19, maar al snel komen we bij De vogel van God uit. De vogels maken de onhoorbare harmonie der sferen hoorbaar. Vivaldi laat vogels in de lente zingen.

De vogel uit de hemel. De Geest. Boven de oervloed van de Jordaan, het doodswater, de chaos van den beginne: de Vogel. Als een duif.

Hierna volgt een tamelijk uitgebreide lof op de Thora, “de bruid”, met wie geslapen wordt. Liefde voor de Thora staat centraal in het Judaïsme en ook in Vreekamp’s werk. Het is mijn indruk dat dit toch wat lastig invoelbaar is voor iemand die niet in de Joodse traditie is opgevoed. Vreekamp echter heeft intensief contact gehad met o.a. rabbi’s en was als theoloog natuurlijk ook zeer bekend met de Thora.

Het einde en de eeuwige lente

Aan het einde van het boek heeft hij het over iets dat hij in zijn verbeelding ziet. Ik vermoed dat hij het gedroomd heeft. De lezer moet weten dat Vreekamp, niet heel lang na het verschijnen van dit laatste boek van zijn hand, de dood vond door een verkeersongeval. Dat maakt deze droom (“verbeelding”) in mijn ogen bijzonder.

In mijn verbeelding zie ik een veld aan de overkant. Het land van groene luister en licht. Een verzegelde poort waait open. Ik wandel een tuin binnen. Aan de oever van een rivier sta ik. Water stroomt, helder als kristal. Als een kind schep ik het klare water in de holte van de hand en drink.

Mijn interpretatie: hij maakt in zijn droom een reis naar de lente van het vijfde seizoen, naar de hemel. De verzegelde poort staat voor de dood die ons gescheiden houdt van deze hemelse tuin waarin hij het levende water (ziel) kan drinken.

De droom gaat verder, over een troon, de rivier, Jeruzalem, vruchtdragende bomen, en dagen zonder nachten. De seizoenen zijn verdwenen; het is altijd lentetijd.


Referenties

Het jaar van Vivaldi
hemel en aarde in onze seizoenen
Henk Vreekamp
Uitgeverij Kok, 2016

Veluwe trilogie:

  1. Zwijgen bij volle maan: Veluwse verkenning van Edda, Evangelie en Tora. Externe review van Louis Fraanje op De Veluwenaar.
  2. De tovenaar en de dominee: Over de verschijning van God
  3. Als Freyja zich laat zien, De code van het christendom

Analyse: Schapen in Elspeet en veranderende tijden. Over onttovering, het verdwijnen van de traditionele schaapskuddes en de moderniteit. Te vinden op:
https://www.elspeet.info/Schapen/Transitie/

“Het einde van een herdersgeslacht”, Wierd Duk in De Telegraaf (2019).

De Veluwenaar, o.l.v. Louis Fraanje   www.de-veluwenaar.nl

Veluwnaar was niet bevindelijk, wel traditioneel. In het RD over de promotie van Sulman, 25 jan. 2005. Hier een scan (pdf).

boekomslag
Boekomslag.
     

3 Reacties

  1. Henk van Asselt
    2020-12-28
    Antwoord

    Verrijkend

  2. […] mijn weblog volgt is dit geen nieuw thema. Niet lang geleden kwamen hier mijn notities bij het boek Vivaldi van dominee Vreekamp die de verbinding maakte tussen de heidense, kerkelijke, joodse, en neopaganistische jaarfeesten. […]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.