Als Freyja zich laat zien — boekbespreking

Hier op de Veluwe hoor je soms nog flarden van oude verhalen, oud bijgeloof, oud heidendom. Dominee Henk Vreekamp, een echte Veluwenaar, liet daar al wandelend over de Veluwe zijn gedachten over dwalen. Van binnen voelde hij zich nog de heiden, thuis in de bossen, waar vroeger verre voorouders de goden aanbaden onder een grote oude eik. Geen muren, geen dak, want de goden laten zich niet in een gebouw opsluiten.

Ds. Vreekamp heeft lange tijd in Epe gepredikt. Ook had hij goede contacten met de Joodse gemeenschap. Maar de oude Edda, het boek met oude Germaanse godenverhalen, kende hij ook. Hoe komen Torah, het evangelie, en de Edda bij elkaar? Hoe verhouden ze zich?

Hij schreef er een drietal boeken over. De eerste in de serie heette “Zwijgen bij volle maan”, de tweede “De tovenaar en de dominee” en het onderwerp van deze bespreking en de laatste van de drieluik is getiteld Als Freyja zich laat zien. Ik heb alleen het eerste en het laatste boek gelezen.

Hoe kwam ik erbij deze boeken te lezen? Hoe kon ik er niet toe komen? Geboren op de Veluwe, zoon van een schaapherder, geboren uit een van de oudste Veluwse geslachten. Zonder dat ik daarvan wist las ik de Edda al in mijn middelbare schooltijd. Met evangelisten en dominees in de omgeving ben ik wel wat bekend met theologische discussies. Dit laatste boek van de drieluik kreeg ik van Louis Fraanje, voorzitter van de Jac. Gazenbeek stichting, een club die de cultuur, natuur en historie van de Veluwe wil bewaren. Daartoe hebben ze een prachtige website genaamd De Veluwenaar. Louis was bevriend met mijn vader en ook met Henk Vreekamp. Het is een kleine wereld. Ik verwachtte Vreekamp nog een keer in levende lijve te ontmoeten, maar dat mocht niet meer gebeuren. Van “Jana”, een dame die juist het heidendom vertegenwoordigd, hoorde ik dat hij overleden was. Deze dame schreef ook een recensie.

Er zijn meerdere recensies — ik noemde die van Jana al, maar er zijn er meer — en ik vraag me af wat ik daar nog aan toe te voegen heb. Misschien toch wel iets. Ik wil vragen of Freyja zich wel echt laat zien. Al in het eerste boek, “Zwijgen bij volle maan”, bekroop me het gevoel dat het christendom wel veel meer spreektijd kreeg dan het heidendom. Daarbij opgemerkt dat Vreekamp zich steeds bijzonder goed weet te verantwoorden. Zijn kennis gaat diep en hij noemt zijn bronnen ook consequent.

Vreekamp laat ruimte voor meerdere goden. Psalm 82 wordt genoemd, en dan schrijft hij: “Voorzitter is de God van Israël. Hij staat in de kring van de goden. De goden? Ja, jouw Wodan, Thor en Freyja zijn er ook.” In Psalm 82, maar dat noemt Vreekamp hier niet zo expliciet, zijn deze goden wel sterfelijk. Dat is niet in strijd met de Edda. Bij de Godenschemering zullen ook de goden sterven in de strijd. Ik vermoed zelf dat we in o.a. deze psalm nog te maken hebben met restanten van het polytheïstische geloof waar het Judaïsme uit ontstaan is. De God waarvan geen beeltenis gemaakt kan worden, de God die zowel enkelvoud als meervoud is, is eerst boven de andere goden gaan staan, eerst als Oorsprong, later als Enige. Vreekamp lijkt te neigen naar het Judaïsme en het vroegchristelijke wereldbeeld waarin de oude goden nog iets meer werkelijk zijn.

In het neoplatonisme is het heel normaal dat er een hoogste Ene is, meerdere daaraan ondergeschikte goden, daaronder weer halfgoden, enzovoorts. In o.a. het katholicisme zijn die goden vervangen door engelen. Maar dat terzijde.

Freyja laat zich zien. Is dat zo? Als we de Alpha en Omega van het boek pakken, het begin en het eind, zullen we zien hoe het Freyja vergaat. Doet dat recht aan de Freyja zoals we die kennen uit de oude mythen? Het is een oude godin. Het is een Wane, een ouder godengeslacht dan de Asen, en zelfs de machtige Asen hadden ontzag voor haar. Ze is een vruchtbaarheidsgodin; ze staat voor het seksuele, de vrijheid en de voortplanting. Haar dag is de vrijdag (Vrij ~ Vrija), haar werkwoord het vrijen, haar bekendste dier het paard. Soms wordt ze afgebeeld als een walkure op een paard, want ze is de koningin van de walkuren — de jonge schildvrouwen die de doden kiezen (wal = dood, kure = kiezen). De helft van de gekozen strijders gaan naar Wodan, de andere helft naar haar. Ze heeft een verenpak waarmee ze kan vliegen. Ze heeft een kar getrokken door katten. Ze heeft een schitterend magisch sieraad, gemaakt door dwergen, dat ze enkel kon verkrijgen door met de dwergen te slapen. Ze wordt soms verward met Frigg, de vrouw van Wodan. Ze is ontembaar, strijdvaardig, zonder haar vrouwelijkheid te verliezen. Ze kent de oude magie en de levenskracht. Dat is het beeld van Freyja. Komt dat terug in het boek van Vreekamp?

Een beetje. Maar niet genoeg. Laten we aanvangen met Alpha, een stukje uit het begin van het boek.

Een vrouw, gehuld in diepdonker paars, het gezicht verborgen achter een masker, spreekt haar aan. Freyja schrikt. […] “Ja”, hoort zij de vrouw zeggen, “eeuwig leven, leven voor altijd. Je zult het vinden als je deze tekst op de voet volgt […] de code van het christendom.” […] “Nee, dank u”, hoort Freyja zichzelf zeggen. […] “En bescherming zul je nodig hebben. De woorden hebben helende kracht en helende uitstraling.” […] “Magische kracht, deze woorden? Hoezo?”, onderbreekt Freyja, nu toch verrast.

Hier krijgt Freyja het Apostolicum, de christelijke geloofsbelijdenis. Haar wordt eeuwig leven, bescherming en magische kracht beloofd. Haar interesse wordt toch wel een beetje gewekt, ondanks de aanvankelijke weerstand. Is dat wel de godin die we kennen van de Edda? Wel, eeuwig leven, ja: natuurlijk wil ze de Godenschemering overleven. Magische kracht? Die heeft ze zelf al in ruime mate, maar misschien kan ze nog wel een nieuwe vorm van magie ontdekken. Bescherming? Alsof Freyja bescherming nodig heeft. Vreekamp doet voorkomen alsof Freyja zichzelf niet kan verweren tegen zwarte elven en andere narigheden. De godin van de Wilde Jacht heeft zulke bescherming niet nodig. Dat doet mij afvragen of Vreekamp ooit wel contact heeft gemaakt met dit sterke archetype, een godin die zowel strijdvaardig als vruchtbaar is — een lastige combinatie.

In het boek is Freyja zelf niet helemaal de godin, maar eerder een gewone vrouw met heidense wortels en opvattingen en Saksische voorouders. Misschien ben ik wat streng om een godin-Freyja te vragen. Maar de naam van de godin is bewust gekozen door de auteur, dus ik denk dat we ook een Freyja van de Edda mogen verwachten.

De geheimzinnige gemaskerde vrouw, wie is dat? Ze komt, geeft de code, en gaat… en op het eind van het boek is ze er weer, met een boek, waarin de nieuwe, geheime naam van Freyja opgeschreven wordt. Mij doet ze denken aan de gesluierde Isis, die ook wel geassocieerd wordt met Binah, met de Anima Mundi (wereldziel), Moeder Natuur, en met de Heilige Geest.

In het boek wordt de code van het christendom — de fundamenten, de lastige kwesties, de grote vragen, de geloofsbelijdenis — eerlijk, grondig en duidelijk beschreven. Vreekamp stelt hier niet teleur. Hoe de mens iets buiten zichzelf nodig heeft, hoe het hogere en het lagere zich verhouden. Hoe het verlangen naar God gewekt wordt, uiteindelijk zelfs in Freyja. Ze laat zich dopen. Het wordt een volwassenendoop zoals ze dat in de eerste christelijke gemeenschappen deden.

Het heilig ogenblik breekt aan. Freyja wordt gevraagd zich van haar kleding te ontdoen. Haar leven is nu oud geworden, oud als versleten kleren die je uittrekt om nooit meer aan te doen. De oude mens, met Jezus aan het kruis gestorven, is voorgoed van gisteren. De naakte Jezus aan het kruis vindt zijn beeld in een naakte Freyja. […] Freyja staat nu op het punt met Jezus neer te stijgen in de onderwereld, tot op de bodem van de IJssel. Af te dalen tot in de wateren die onder de aarde zijn, tot in de diepten van de hel. […] Een nieuwe mens. Een nieuwe ziel. Verrezen uit het water, schrijdt Freyja naar de oever.

Zo op het eerste gezicht is een naakte Freyja goed in lijn met haar status als vruchtbaarheidsgodin. Schaamte voor het eigen lichaam was er niet bij de heidenen, en bij de vroege christenen ook nog niet — dat zou later komen, een logisch voortvloeisel van de anti-lichamelijkheid die een deel van het christendom al in zich droeg en die door Vreekamp verworpen lijkt te worden. God verlaat Zijn schepping niet. Maar een nadere lezing laat zien dat ze haar oude identiteit moet afleggen, wegwassen. Was ze wel een godin? Was dat wel goed? Vreekamp blijft ons het antwoord schuldig, wellicht omdat hij zelf, ondanks zijn diepe geloof, toch ook niet helemaal ongevoelig was voor de magie van de echte, oorspronkelijke Freyja.

Ook vermoed ik dat de echte Freyja dingen opriep die de auteur deed twijfelen of vrezen. Niet voor niets krijgt ze weinig spreektijd. Als Freyja overtuigd wordt door de code van het christendom, dan is het ook Vreekamp zelf die zichzelf overtuigt.

In de twee eerste boeken van de drieluik opende Vreekamp de dialoog en de ruimte voor de (Germaanse) heidenen. Hij gaf zelf aan dat ook te willen. In dit derde boek gaat hij weer terug naar het christendom. Een godin van de heidenen de doop laten ondergaan is een teken richting de heidenen dat ze zich ook moeten bekeren. Daarmee toont hij de bekeringsdrang en de overheersingsdrang waarvan het christendom vaak beschuldigd wordt. Het Ene en het eeuwige staan het hoogst. De integratie tussen het Ene en de meerdere goden, zoals die bestond bij de neoplatonisten, lukt hier, op de valreep, toch niet.

Desondanks kan ik niet anders zeggen dan dat het boek een aanrader is. Of je nu christen, heiden, jood of atheïst bent: dit boek bevat een hoop historische en religieuze inzichten en is prettig en knap geschreven. De brede en diepe interesse van Henk Vreekamp, zijn eerlijkheid, zijn wandelingen en liefde voor de Veluwe, het komt allemaal terug en het wordt doorgegeven aan de lezer.

Aan het eind van het boek behandelt hij ook het woord waarmee het gebed vaak tot een einde gebracht wordt: het amen. Dat betekent trouw. De God van het christendom is trouw. We horen tegenwoordig vaak “God is liefde”, maar misschien is “trouw” nog wel een sterker woord. Liefde kan wisselvallig zijn. Trouw, daar kun je van op aan. De oude heidense Germanen zullen dat herkend hebben.

Als Freya zich laat zien
De code van het christendom
Ds. Henk Vreekamp
2013
Als Freyja zich laat zien.
     

avatar
Evert geeft hier actuele en minder actuele commentaren over informatietechnologie, oude mythen, politiek, zijn persoonlijke belevenissen en wat hij nog meer leuk vind. Evert heeft een MA politicologie en een MSc medical informatics.

Furor Teutonicus is geen blog voor de massa of het grote publiek. De artikelen zijn geschreven voor de enkele geïnteresseerde en ook voor vrienden en familie. Een blog hoort af en toe sterke opinies ("furor") naar voren te brengen; de meerwaarde zit dan in de kracht van de argumenten en de dynamiek van de resulterende discussie.

Mijn contactinformatie is te vinden op: www.evertmouw.nl