Nog wat opmerkingen bij belastingen en dikke overheden

— door Evert Mouw

Dit wordt een droog stukje over economie. En dat terwijl ik niet eens verstand heb van economie. De lezer is gewaarschuwd!

Goed vetgemest, die overheid

Een dikke overheid: dat is een overheid die veel doet. Veel ambtenaren, veel regelgeving, veel ministeries, veel bureaucratie… Een dikke overheid, dat is ook: een overheid die hard ingrijpt. Die als een Robin Hood het geld van de productieve mensen afpakt en het niet alleen aan de zieken en zwakken geeft, maar ook aan de domme en luie mensen. Met als gevolg een armere en minder vrije samenleving.

Dat, kort samengevat, is het beeld dat Nederlandse liberalen en zeker ook libertariërs delen als het gaat over de overheid. En waarom juist die politieke groepen? Wel, omdat ze de vrijheid (van het individu) belangrijk vinden, en de staat (overheid) is bij uitstek het middel om mensen te dwingen om geld te besteden aan niet door henzelf gekozen doelen. De Oostenrijkse school heeft een evenwichtige visie op de rol van de overheid, maar is geen fan van de welvaartsstaat met veel nivellering.

En het wordt betaald met hoge belastingen

Zo’n dikke overheid heeft geld nodig. Veel geld. Daarom zullen de belastingen omhoog moeten, en dat heeft drie grote nadelen:

  • Het individu is minder vrij. Het kan de vruchten van zijn/haar arbeid niet meer aanwenden zoals het zelf wil. Het wordt gedwongen mee te betalen aan projecten die hem/haar helemaal niet zinnen.
  • Door een minder efficiënte en effectieve allocatie van middelen zal de economie minder flexibel worden.
  • Zeker bij progressieve belastingen loont het minder om succesvol te zijn of je best te doen. Het BBP zal lager uitkomen. Bij te hoge belastingen ga je over het kantelpunt heen in de Laffercurve.

Maar het blijkt ook dat, mits er een efficiënte en stabiele overheid is, dat negatieve effect op de economie reuze kan meevallen. De econoom Xavier Sala-i-Martin stelt in zijn artikel Fifteen years of new growth economics: what have we learned?

The size of the government does not appear to matter much, whereas the quality of government does.

Ik durf hem een tegenargument te geven: een grote overheid die het verpest heeft natuurlijk een destructievere invloed dan een kleine overheid die het verpest! Kwaliteit van de overheid is toch al zo lastig meetbaar. In ieder geval schijnt het in Noordelijke landen goed te gaan: daar hebben ze zowel een dikke overheid alsook een kwalitatief goede overheid.

Voordelen?

Er zijn natuurlijk ook voordelen. Een collectieve gezondheidszorg is vaak efficiënter en effectiever, en kan ook goed zijn voor de economie omdat het een level playing field geeft: kleine bedrijven in Nederland zijn niet in het nadeel t.o.v. grote bedrijven die, zoals in de VS gebruikelijk is, beter in staat zijn de ziektekostenverzekering voor hun werknemers te betalen. Kleine bedrijven hebben vaak een sterkere lokale binding en zijn dus belangrijk voor de nationale economie.

Daarnaast zijn er veel andere nuttige collectieve voorzieningen zoals onderwijs, infrastructuur, dijken, etc. etc.

Banen, we moeten banen scheppen

Verder kan de overheid ook meer banen creëren. Maar dat is vaak juist slecht, volgens Ewoud Jansen:

Volledige werkgelegenheid is niet moeilijk te bereiken. Geef de ene helft van de bevolking een schep om kuilen te graven en laat de andere helft die weer dichtgooien.

Even verderop verwoord Ewoud het nog duidelijker:

Cru gesteld kan je zeggen dat iedere organisatie en bedrijf, gegeven een bepaalde output, moet streven naar zo min mogelijk werkgelegenheid. Iedere werkgever heeft de dure plicht om zo weinig mensen als mogelijk een baan te geven. Indien zij dat niet doen stelen ze van de maatschappij. Door onnodig veel mensen in dienst te hebben ontzegt die organisatie de maatschappij de vruchten van de productieve krachten die ze gevangen houdt.

Belast de uitgaven, niet de inkomsten

In een eerder artikel, Hogere BTW is drie keer slecht, keerde ik me tegen het verhogen van de BTW omdat het de consumpties kan remmen en vooral in laagbetaalde en arbeidsintensieve sectoren tot baanverlies kan leiden. Dat is o.a. eerder door het CPB gemeten — zie het eerdere artikel.

Maar mijn artikel was, achteraf gezien, niet evenwichtig. Volgens veel economen, zoals Peter Lindert moet je inkomsten niet teveel belasten, en uitgaven (consumpties) juist wel. Oftewel: rem mensen niet af om te gaan werken (inkomstenbelasting) en rem bedrijven niet af om te investeren (winstbelasting), maar hef belasting op consumptieve uitgaven (bv. btw). Het gaat om een optimale belastingmix.

Samengevat

Dit waren dan de losse opmerkingen bij de onderwerpen “belasting” en “overheid”. Ik concludeer dat, als je al een dikke overheid wil, je goed op moet passen dat de overheid van hoge kwaliteit blijft. Dat zit in Nederland redelijk goed, maar we hebben hier ook verspilling, overbodige bureaucratie en natuurlijk steeds weer politieke koerswijzigingen, dus wat meer liberalisatie kan m.i. geen kwaad. Hoe dan ook: als je zo’n grote overheid hebt, en je veel belastingen moet heffen, richt je dan niet op inkomsten maar op consumpties. Wat dat betreft is de BTW verhoging zo slecht nog niet, ondanks mijn eerdere kritiek daarop.

Het mooiste is natuurlijk als de belastingen ingeperkt kunnen worden doordat de overheid geen “onzin” maakt of subsidieert. De kosten aan cultuur, ontwikkelingshulp, (laaggeschoolde) immigratie, milieu, en momenteel vooral de EU zijn moeilijk te beoordelen op return on investment.

Een persoonlijke noot…

Gelukkig heb ik niet veel pijn, maar ik slaap momenteel nog wel in een stoel na de aanrijding op de motor van afgelopen maandag. Ik slaap dus matig en vermaak me met films, lezen, films, bloggen, films… De motor is volgens de monteur total-loss, oftewel reparatie is duurder dan vervanging, en hoe het met de verzekeraars afloopt moet ik nu afwachten. Dinsdag heb ik weer een afspraak bij de dokter. Dank voor de vele leuke en opbeurende reacties!

     

Facebook Comments